Peptide kennisbankDarmen & ontstekingA

Teduglutide

Teduglutide is een GLP-2-analoog dat dagelijks wordt geïnjecteerd en de resterende darm bij het kortedarmsyndroom meer laat opnemen. Het is een receptgeneesmiddel in de EU (Revestive sinds 2012, met een generiek middel sinds 2026) en de VS (Gattex sinds 2012) voor volwassenen en kinderen.

Productafbeelding van Teduglutide
Gerelateerde catalogusafbeelding

Wat is Teduglutide?

Teduglutide is een langer werkende versie van GLP-2, een darmhormoon dat de darmwand laat groeien en meer laat opnemen. Als Revestive in de EU en Gattex in de VS is het sinds 2012 een receptgeneesmiddel bij het kortedarmsyndroom. In de belangrijkste studie van 24 weken verminderde 63% van de volwassenen de infuusvoeding met minstens een vijfde, tegenover 30% met placebo. Omdat het darmweefsel laat groeien, horen regelmatige coloscopieën bij de behandeling.

In het kort

Wat het is
GLP-2-analoog: 33 aminozuren, met glycine in plaats van alanine op positie 2, zodat DPP-4 het niet kan afknippen
Status in de EU
Revestive (2012), sinds 2023 vanaf 4 maanden (gecorrigeerd); synthetisch generiek Teduglutide Viatris sinds januari 2026
Status in de VS
Gattex (december 2012) bij volwassenen met parenterale ondersteuning; kinderen vanaf 1 jaar sinds 2019; geen generiek
Onderzoek
Twee placebogecontroleerde studies van 24 weken (169 volwassenen), extensie STEPS-2 tot 30 maanden, kinderstudies
Sport
Niet bij naam op de dopinglijst 2026 van WADA; als goedgekeurd geneesmiddel valt het buiten klasse S0
Humaan bewijs
Goedgekeurd geneesmiddel (EMA en FDA)

Herkomst en structuur

GLP-2 (glucagon-like peptide-2) is een hormoon van 33 aminozuren dat de L-cellen in de darmwand na een maaltijd afgeven. Het wordt net als GLP-1 uit de voorloper proglucagon geknipt, maar heeft een andere taak. In 1996 ontdekte de groep van Daniel Drucker aan de Universiteit van Toronto dat bij muizen met tumoren die proglucagon aanmaken de wand van de dunne darm sterk groeide, en herleidde dat effect tot GLP-2. Natuurlijk GLP-2 houdt het niet lang vol: het enzym DPP-4 knipt er de eerste twee aminozuren af, en bij mensen heeft intact GLP-2 in het bloed een halfwaardetijd van ongeveer 7 minuten.

In 1997 meldde dezelfde groep dat vervanging van het alanine op positie 2 door glycine GLP-2 bestand maakt tegen DPP-4, en dat deze variant bij ratten het gewicht van de dunne darm verhoogde, wat natuurlijk GLP-2 niet deed. Teduglutide is de menselijke versie van die variant: 33 aminozuren (HGDGSFSDEMNTILDNLAARDFINWLIQTKITD), met een molecuulmassa van 3.752 dalton. Na een onderhuidse injectie komt ongeveer 88% in het bloed, en de halfwaardetijd is ongeveer 2 uur bij gezonde mensen en 1,3 uur bij mensen met het kortedarmsyndroom; de geneesmiddelen worden eenmaal per dag geïnjecteerd.

NPS Pharmaceuticals ontwikkelde het onder de code ALX-0600, en in december 2012 keurde de FDA de Amerikaanse aanvraag van dat bedrijf goed. Inmiddels heeft Takeda de vergunningen in de EU en de VS. Revestive en Gattex bevatten teduglutide dat met recombinant-DNA-techniek in E. coli-bacteriën wordt gemaakt, en de Europese productinformatie sluit mensen uit die overgevoelig zijn voor restsporen van tetracycline. Het Europese generieke middel Teduglutide Viatris, toegelaten in januari 2026, wordt juist via chemische peptidesynthese gemaakt.

Hoe het werkt

Het kortedarmsyndroom is wat overblijft als een groot deel van de dunne darm is verwijderd of niet werkt. In de belangrijkste studie bij volwassenen waren vaatziekte, waarbij de bloedtoevoer naar de darm tekortschiet, en de ziekte van Crohn de meest voorkomende oorzaken; in de belangrijkste kinderstudie was meer dan de helft van de kinderen op de geregistreerde dosis geboren met gastroschisis, een defect in de buikwand. Kan de resterende darm niet genoeg water en voedingsstoffen opnemen, dan is iemand aangewezen op parenterale ondersteuning: voeding en vocht die rechtstreeks in een ader worden toegediend. Volwassenen in de belangrijkste studie hadden die gemiddeld al zes jaar nodig, op bijna zes dagen per week.

Teduglutide bindt aan de GLP-2-receptor. Die receptoren zitten op hormoonproducerende cellen in de darmwand, op ondersteunende cellen daaronder (subepitheliale myofibroblasten) en op zenuwen in de darmwand, die reageren door andere signaalstoffen af te geven, waaronder IGF-1, stikstofmonoxide en keratinocytengroeifactor. De darmwand groeit: de darmvlokken worden langer en de crypten dieper, zodat er meer oppervlak is om voedingsstoffen op te nemen. Daarnaast verhoogt GLP-2 de doorbloeding van de darm, remt het de maagzuursecretie en vertraagt het de passage van voedsel. In een dosisbepalingsstudie van 21 dagen bij 17 mensen met het kortedarmsyndroom verhoogde teduglutide bij de meeste geteste doses de vochtopname met ongeveer 750 tot 1.000 ml per dag; de veranderingen in de darmwand waren binnen drie weken na het stoppen verdwenen.

Dat groei-effect is ook het belangrijkste veiligheidsprobleem: hetzelfde signaal zou poliepen of tumoren in de darm sneller kunnen laten groeien, en daarom eisen de labels controles van de darm voor en tijdens de behandeling.

Is teduglutide goedgekeurd?

Ja, als receptgeneesmiddel bij het kortedarmsyndroom in de EU en de VS. Voor andere aandoeningen is het niet goedgekeurd.

In Nederland is Revestive alleen op recept verkrijgbaar, en pas in 2025 kwam het in het vergoedingssysteem. In 2018 adviseerde het Zorginstituut om het niet op te nemen in het basispakket: teduglutide verminderde wel de hoeveelheid infuusvoeding, maar patiënten bleven er deels van afhankelijk en een verschil in kwaliteit van leven ten opzichte van placebo kon niet worden aangetoond. Formeel concludeerde het instituut dat teduglutide als toevoeging aan de beste ondersteunende zorg een therapeutische minderwaarde had ten opzichte van placebo.

Sinds 1 april 2025 wordt het vergoed via een voorwaardelijke toelating die loopt tot 1 april 2030; in die periode worden extra gegevens over de effectiviteit verzameld. De toelating geldt voor volwassenen die na hun operatie stabiel zijn en die na een darmresectie vanwege een chronische darmontsteking (IBD) minstens 12 maanden lang minstens drie keer per week totale parenterale voeding nodig hadden, of die minstens 12 maanden lang meer dan 14 liter parenterale voeding per week nodig hadden; en voor kinderen van 6 maanden tot 18 jaar die voor minstens 30% van hun calorieën of vocht afhankelijk zijn van parenterale ondersteuning, waarbij natuurlijke adaptatie zoveel mogelijk is uitgesloten. In beide groepen wordt het alleen vergoed voor patiënten die deelnemen aan het bijbehorende onderzoek.

  • EU: Revestive werd in december 2001 aangewezen als weesgeneesmiddel en op 30 augustus 2012 toegelaten voor volwassenen met het kortedarmsyndroom die na een periode van darmaanpassing na de operatie stabiel zijn. In juni 2016 volgde uitbreiding naar kinderen vanaf 1 jaar en in juni 2023 naar zuigelingen vanaf een gecorrigeerde leeftijd van 4 maanden. De weesstatus verviel in september 2024, aan het eind van 12 jaar marktexclusiviteit, en op 8 januari 2026 liet de Europese Commissie het eerste generieke middel toe, Teduglutide Viatris. Revestive staat nog steeds onder aanvullende monitoring.
  • VS: Gattex werd op 21 december 2012 goedgekeurd voor volwassenen met het kortedarmsyndroom die afhankelijk zijn van parenterale ondersteuning, en op 16 mei 2019 voor kinderen vanaf 1 jaar. Het Amerikaanse label noemt geen contra-indicaties, maar waarschuwt voor versnelde tumorgroei, darmafsluiting, ziekte van galblaas, galwegen en alvleesklier, en overvulling met vocht. Drugs@FDA vermeldt geen generiek middel.

Wat het onderzoek laat zien

De goedkeuringen steunen op twee placebogecontroleerde studies van 24 weken bij 169 volwassenen, de open extensies daarvan en kleinere studies bij kinderen en zuigelingen. De belangrijkste uitkomst was steeds het volume van de parenterale ondersteuning, en een respons betekende een daling van het weekvolume met minstens 20%. De belangrijkste resultaten:

  • Studie 004 (Gut 2011): 83 volwassenen kregen na loting 24 weken lang 0,05 of 0,10 mg/kg per dag of placebo. Met de lagere dosis reageerde 46%, tegenover 6% met placebo, en in beide teduglutidegroepen samen daalde het weekvolume met 2,5 liter, tegenover 0,9 liter met placebo. De hogere dosis haalde het primaire eindpunt niet; volgens de auteurs kwam dat doordat die groep met grotere volumes begon. Drie patiënten met teduglutide konden volledig stoppen met parenterale ondersteuning.
  • STEPS (Gastroenterology 2012): 86 volwassenen kregen 24 weken lang 0,05 mg/kg per dag of placebo. Met teduglutide reageerde 63%, tegenover 30% met placebo, en het weekvolume daalde met 4,4 liter vanaf 12,9, tegenover 2,3 liter vanaf 13,2. Van wie gegevens beschikbaar waren, had 54% minstens één dag per week meer zonder parenterale ondersteuning, tegenover 23% met placebo.
  • Kwaliteit van leven in STEPS (Clin Nutr 2013): de scores op een kwaliteit-van-levenschaal voor het kortedarmsyndroom verbeterden met teduglutide ten opzichte van de start, maar niet significant meer dan met placebo.
  • STEPS-2 (Clin Transl Gastroenterol 2016): 88 patiënten kregen in een open extensie tot twee jaar langer teduglutide, en 65 maakten die af. Van de 30 die 30 maanden behandeling voltooiden, hadden er 28 (93%) een respons, met een weekvolume dat gemiddeld 7,6 liter (66%) lager lag. Over alle groepen samen konden dertien patiënten volledig stoppen met parenterale ondersteuning, en gewicht en albumine in het bloed bleven stabiel.
  • Kinderen van 1 tot 17 jaar (studie van 24 weken, JPEN 2020): van 59 kinderen werden degenen die voor teduglutide kozen dubbelblind ingeloot voor 0,025 of 0,05 mg/kg per dag, terwijl 9 kozen voor standaardzorg. Met 0,05 mg/kg reageerden 18 van de 26 (69%), tegenover 1 van de 9 (11%) met standaardzorg, en 3 konden stoppen met parenterale ondersteuning. In een eerdere studie van 12 weken konden 3 van de 15 kinderen op 0,05 mg/kg stoppen, maar 2 van hen hadden binnen vier weken na het stoppen van teduglutide weer parenterale voeding nodig.
  • Zuigelingen van 4 tot 12 maanden (gecorrigeerd voor vroeggeboorte): in een gecontroleerde studie bij 10 zuigelingen verminderden 3 van de 5 met teduglutide en 1 van de 5 met standaardzorg hun volume met minstens 20%; geen enkele zuigeling kon volledig stoppen.
  • Meta-analyse (Nutrients 2022): over 10 studies bij volwassenen, 2 gerandomiseerde studies en 8 observationele studies, was het responspercentage 64% na 6 maanden, 77% na een jaar en 82% na twee jaar of langer, en volledig stoppen lukte bij 11%, 17% en 21%; de cijfers na twee jaar steunen op drie studies. Mensen bij wie de dikke darm nog was aangesloten, reageerden minder vaak, maar konden vaker helemaal stoppen.
  • Ziekte van Crohn (Inflamm Bowel Dis 2010): in een placebogecontroleerde pilot bij 100 mensen met actieve ziekte reageerde na 8 weken 44% met de hoogste dosis, tegenover 32% met placebo, een verschil dat alleen numeriek was. Een grotere Crohn-studie volgde niet, en voor deze toepassing is het niet goedgekeurd.

Bijwerkingen en waarschuwingen

In de twee placebogecontroleerde studies bij volwassenen had ongeveer 52% van de mensen met teduglutide bijwerkingen die eraan werden toegeschreven, tegenover 36% met placebo. De meest voorkomende waren buikpijn en een opgezette buik (45%), luchtweginfecties (28%), misselijkheid (26%), reacties op de injectieplaats (26%), hoofdpijn (16%) en braken (14%), meestal licht of matig, en 38% van de mensen met een stoma kreeg stomaproblemen zoals een gezwollen stoma. Overvulling met vocht, met gezwollen enkels of kortademigheid, kwam vooral voor in de eerste vier weken, als de darm meer begint op te nemen; ook hartfalen werd gezien. Omdat mensen met het kortedarmsyndroom snel uitdrogen, vragen de labels om de parenterale ondersteuning voorzichtig af te bouwen en om nauwkeurige controle als de behandeling stopt.

De grote vraag op lange termijn is kanker. In studies van twee jaar veroorzaakte teduglutide goedaardige tumoren van de galwegen en de dunne darm bij mannelijke ratten en van de galblaas bij muizen, en adenocarcinomen van de dunne darm bij mannelijke muizen op de hoogste dosis; ook werd één adenocarcinoom van het jejunum gevonden bij een mannelijke rat op de laagste dosis. In de studies bij volwassenen kregen 14 patiënten na de start poliepen in het maag-darmkanaal, de meeste in de extensiestudies, waaronder enkele adenomen. Bij drie patiënten werd kanker vastgesteld, allemaal in de extensie STEPS-2: een uitgezaaid adenocarcinoom van onbekende oorsprong bij een man die twintig jaar eerder bestraling van de buik had gehad, en longkanker bij twee zware rokers. In het Beaujon-ziekenhuis bij Parijs werden bij 10 van de 35 patiënten die minstens een jaar waren behandeld poliepen gevonden, vooral in de dunne darm, en 3 daarvan waren adenomen met laaggradige dysplasie. Na die publicatie uit 2023 nam de EU in 2024 endoscopie van het bovenste deel van het maag-darmkanaal op in het controleadvies. Volgens de Europese productinformatie konden de studies een verhoogd kankerrisico bevestigen noch uitsluiten.

Bij volwassenen vraagt de Europese productinformatie om een coloscopie met verwijdering van poliepen bij de start, een jaarlijkse coloscopie in de eerste twee jaar en daarna minstens eens per vijf jaar, plus endoscopie of beeldvorming van het bovenste deel van het maag-darmkanaal voor en tijdens de behandeling; het Amerikaanse label vraagt om coloscopie en gastroscopie binnen zes maanden voor de start, na een jaar en daarna minstens eens per vijf jaar. Bij kinderen wordt jaarlijks de ontlasting op verborgen bloed getest en volgt een coloscopie na een jaar en daarna elke vijf jaar. In de EU mag het niet worden gebruikt bij (vermoeden van) kanker, of bij kanker van het maag-darmkanaal, de lever, de galwegen of de alvleesklier in de afgelopen vijf jaar; volgens het Amerikaanse label stopt de behandeling als er maag-darmkanker wordt gevonden. De labels waarschuwen ook voor ontsteking van galblaas en galwegen, pancreatitis en darmafsluiting, en voor een hogere opname van andere orale geneesmiddelen, vooral die met een smalle therapeutische breedte. Bij 48% van de volwassenen die na 30 maanden werden getest, waren antistoffen tegen teduglutide ontstaan, zonder meetbaar effect op veiligheid of werkzaamheid. De Europese productinformatie raadt gebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding uit voorzorg af.

Teduglutide versus nieuwere GLP-2-analogen

Teduglutide moet elke dag worden geïnjecteerd omdat het binnen enkele uren is uitgescheiden, en langer werkende GLP-2-analogen proberen het nu op te volgen. Glepaglutide van Zealand Pharma, dat in de belangrijkste studie twee keer per week werd gegeven, kreeg op 17 september 2026 als Zeydovio een positief advies van het geneesmiddelencomité van het EMA (CHMP) voor volwassenen met het kortedarmsyndroom; toen deze pagina in oktober 2026 werd gecontroleerd, had de Europese Commissie nog geen besluit genomen. In de VS wees de FDA glepaglutide in december 2024 af en vroeg om een tweede placebogecontroleerde studie, EASE SBS 5, die in februari 2026 begon. Apraglutide van Ironwood Pharmaceuticals, een analoog voor eenmaal per week, zit in een tweede fase 3-studie, STARS-2 (NCT07742735), die in 2026 deelnemers wierf.

Geen enkele geregistreerde studie vergelijkt een van beide rechtstreeks met teduglutide. Voorlopig is teduglutide het enige GLP-2-analoog dat in de EU of de VS is goedgekeurd, en het enige dat bij kinderen is geregistreerd.

Mogelijke voordelen

  • Minder parenterale voeding en infuusvocht bij het kortedarmsyndroom
  • Minder infuusdagen per week
  • Bij een minderheid volledig stoppen met parenterale ondersteuning
  • Meer opname van vocht en voedingsstoffen in de resterende darm
  • Actieve ziekte van Crohn: één pilot, geen duidelijk effect

Veiligheidsprofiel

Matig risico
  • Vaak
    Buikpijn en een opgezette buik, misselijkheid, braken, luchtweginfecties, reacties op de injectieplaats en hoofdpijn; bij mensen met een stoma een gezwollen stoma of andere stomaproblemen.
  • Minder vaak
    Overvulling met vocht en gezwollen enkels, winderigheid, minder eetlust, angst, slecht slapen en poliepen in de darm.
  • Ernstig
    Darmafsluiting, pancreatitis, ontsteking van galblaas of galwegen, hartfalen door overvulling, en uitdroging met nierschade als de parenterale ondersteuning te snel wordt afgebouwd of de behandeling stopt.
  • Let op
    Het laat darmweefsel groeien: knaagdieren kregen tumoren van darm, galwegen en galblaas, bij patiënten werden poliepen gevonden, en een coloscopie is nodig voor en tijdens de behandeling. In de EU is het uitgesloten bij actieve kanker of kanker van het maag-darmkanaal in de afgelopen vijf jaar. Het kan de opname van andere orale geneesmiddelen verhogen.

Veelgestelde vragen

Is teduglutide hetzelfde als Ozempic of andere GLP-1-middelen?
Nee. GLP-1 en GLP-2 worden allebei in de L-cellen van de darm uit proglucagon geknipt, maar ze werken op verschillende receptoren. GLP-1-middelen zoals semaglutide (Ozempic, Wegovy) verlagen de bloedsuiker en de eetlust. Teduglutide werkt op de GLP-2-receptor, die de darmwand laat groeien en meer laat opnemen. Het is geen afslankmiddel: in de tweejarige extensie STEPS-2 bleef het lichaamsgewicht stabiel terwijl de infuusvoeding werd afgebouwd.
Wordt Revestive vergoed in Nederland?
Sinds 1 april 2025, voor bepaalde patiënten en onder voorwaarden. Revestive is alleen op recept verkrijgbaar, en in 2018 adviseerde het Zorginstituut tegen vergoeding. Nu is het tot 1 april 2030 voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket: voor volwassenen die na een darmresectie vanwege een chronische darmontsteking langdurig parenterale voeding nodig hebben, of meer dan 14 liter per week, en voor kinderen vanaf 6 maanden die minstens 30% van hun calorieën of vocht via een infuus krijgen. Alleen patiënten die meedoen aan het bijbehorende onderzoek naar de effectiviteit komen in aanmerking.
Kun je met teduglutide stoppen met parenterale voeding?
Sommigen wel, de meesten niet. In de studies van 24 weken konden maar weinig mensen volledig stoppen, bijvoorbeeld 2 van de 35 volwassenen op de geregistreerde dosis in studie 004 en 3 van de 26 kinderen in de belangrijkste kinderstudie. Bij langere behandeling lukte het vaker: 13 van de 88 patiënten in de extensie STEPS-2, en een meta-analyse uit 2022 schatte 21% na twee jaar of langer. Voor de meesten levert het minder parenterale ondersteuning en minder infuusdagen op, maar geen volledige stop, en in de studies waarin de behandeling stopte, verdween het effect weer.
Geeft teduglutide kanker?
Bij mensen is dat niet aangetoond, maar het is ook niet uit te sluiten. Teduglutide laat darmweefsel groeien, en in studies van twee jaar veroorzaakte het tumoren van darm en galwegen bij ratten en van galblaas en darm bij muizen. In de studies bij volwassenen kregen 14 patiënten poliepen, waaronder adenomen, en een ziekenhuis bij Parijs vond poliepen bij 10 van de 35 patiënten die een jaar of langer waren behandeld, vooral in de dunne darm. Volgens de Europese productinformatie konden de studies een verhoogd risico bevestigen noch uitsluiten, en daarom horen darmcontroles bij de behandeling.
Wordt teduglutide ook gebruikt voor darmherstel buiten het kortedarmsyndroom?
Het is alleen goedgekeurd bij het kortedarmsyndroom. In een placebogecontroleerde pilot bij 100 mensen met actieve ziekte van Crohn reageerde na 8 weken 44% met de hoogste dosis, tegenover 32% met placebo, een verschil dat alleen numeriek was, en een grotere Crohn-studie volgde niet. Geregistreerde studies bij andere aandoeningen, zoals darmfistels, graft-versus-hostziekte en darmschade door ondervoeding, waren studies in een vroege fase. Juist het groei-effect op de darmwand is ook de reden dat de labels poliepcontroles eisen.
Is teduglutide verboden in de sport?
Niet bij naam. Teduglutide staat niet op de dopinglijst 2026 van WADA, en als goedgekeurd geneesmiddel valt het niet onder klasse S0, de klasse voor niet-goedgekeurde stoffen waarin BPC-157 wordt genoemd. Klasse S2.3 omvat ook groeifactoren die niet bij naam worden genoemd en die ingrijpen op spier, pees of ligament, bloedvatvorming, energieverbruik of herstelvermogen, maar GLP-2-analogen worden daar niet genoemd. Sporters die het nodig hebben, kunnen bij de Dopingautoriteit navragen hoe de regels voor hen uitpakken.

Bewaren en hanteren

Bewaar volgens de productlabel-instructies en batchnotities. Gelyofiliseerde onderzoekspeptiden worden doorgaans droog, beschermd tegen licht en met schone laboratoriumtechniek gehanteerd.

Bronnen

Gecontroleerd aan de hand van deze bronnen op 28 oktober 2026.

Jeppesen PB et al. Randomised placebo-controlled trial of teduglutide in reducing parenteral nutrition and/or intravenous fluid requirements in patients with short bowel syndrome (Study 004). Gut 2011Jeppesen PB et al. Teduglutide reduces need for parenteral support among patients with short bowel syndrome with intestinal failure (STEPS). Gastroenterology 2012Jeppesen PB et al. Quality of life in patients with short bowel syndrome treated with the new glucagon-like peptide-2 analogue teduglutide. Clin Nutr 2013Schwartz LK et al. Long-term teduglutide for the treatment of patients with intestinal failure associated with short bowel syndrome (STEPS-2). Clin Transl Gastroenterol 2016Bioletto F et al. Efficacy of teduglutide for parenteral support reduction in patients with short bowel syndrome: a systematic review and meta-analysis. Nutrients 2022de Dreuille B et al. Unexpected upper gastrointestinal polyps in patients with short bowel syndrome treated with teduglutide: need for close monitoring. Am J Clin Nutr 2023Buchman AL et al. Teduglutide, a novel mucosally active analog of glucagon-like peptide-2 (GLP-2) for the treatment of moderate to severe Crohn's disease. Inflamm Bowel Dis 2010EMA: Revestive EPAR, product information and procedural steps (incl. paediatric and infant studies, 2024 polyp update, end of orphan status)EMA: Teduglutide Viatris EPAR (generic of Revestive, authorised 8 January 2026)EMA: Zeydovio (glepaglutide), CHMP positive opinion of 17 September 2026FDA: Gattex prescribing information, revised September 2025 (incl. registration and paediatric trials), on DailyMedZorginstituut Nederland: Advies voorwaardelijk toelaten teduglutide (Revestive), February 2025, with the April 2025 reimbursement decision (Regeling zorgverzekering, bijlage 2) and the 2018 GVS advice

Gerelateerde peptiden